Aardappelen
Aardappelen telen is voor iedereen haalbaar. Zeker als men zich beperkt tot een relatief kleine hoeveelheid. Vroege aardappelen zijn een leuke teelt voor de groentetuin, het is heerlijk om de eerste nieuwe aardappelen van het seizoen uit eigen tuin te kunnen oogsten.
Wie zelfvoorzienend wil zijn met de aardappelen heeft het wat moeilijker. Je hebt hiervoor veel ruimte nodig en de aardappelen moeten ook langere tijd bewaard worden.
Het pootgoed voor de teelt van aardappelen is verkrijgbaar in diverse maten, maat 28-35 mm is de meest gebruikelijke maat. Kleinere maten geven grotere, maar minder knollen. Grotere maten worden zijn interessant bij vroege teelten, omdat deze over meer reservestoffen beschikken om van een vorstperiode te herstellen.
Oorsprong
De aardappel behoort tot de Nachtschadefamilie (Solanaceae) en stamt uit de bergen van Zuid-Amerika. Rond 1570 werd de aardappel in Spanje aan lang gebreacht. Pas in de loop van de 18de eeuw wordt de aardappel voor consumptie gebruikt, voorheen alleen als siergewas en geneeskrachtig kruid.
Eigenlijk is de aardappelplant een tweejarig gewas, maar deze wordt als eenjarige verbouwd. De bladeren lijken op tomatenbladeren en zijn lichtbehaard en vorstgevoelig. Ze vormen ondergrondse stengels en aan het eind van zo'n stengel (stolon) vormt zich de knol, de aardappel. In deze knol worden de voedingsreserves van de aardappelplant opgeslagen. De schil kan varieren van glad tot ruw en kan allerlei kleurtinten hebben. Elke knol heeft meerdere knopaanzetten, de zogenaamde ogen, waaruit zich in het volgende jaar een nieuwe klant met knollen ontwikkelt. |